Iedere docent heeft regelmatig met piekbelasting in zijn onderwijspraktijk te maken. Ook structurele overbelasting komt in het onderwijs voor. Dit boek helpt docenten werkdruk in beeld te brengen en de oorzaken van werkdruk te achterhalen. Docenten worden in dit boek individueel en op teamniveau in staat gesteld werkdruk te lijf te gaan door hun kernactiviteiten te analyseren. Er worden allerlei tips en tools gegeven om tot efficiënte onderwijssessies, coachings– en begeleidingsessies, toetsen en beoordelingen, vernieuwingsoperaties en vergaderingen te komen. Er worden suggesties gegeven om werkdruk op korte én lange termijn te verminderen. Het ervaren van werkdruk blijft een persoonlijke zaak. Om tot zelfanalyse en vergelijking met collega's te komen, worden er verschillende instrumenten aangeboden.
Wordt werkdruk gezien als resultante van werken in een hoog tempo en werken onder een hoge tijdsdruk, dan ondervinden docenten in het hoger onderwijs de hoogste werkdruk. Docenten in het hoger onderwijs geven volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek het vaakst aan regelmatig in een hoog tempo te moeten werken. Bijna 58% van de docenten uit het hoger onderwijs zegt te snel te moeten werken. Daarna volgen de docenten uit het voortgezet onderwijs met 44%. Dat is hoog vergeleken met andere bedrijfstakken. Gemiddeld geeft 36% van de Nederlandse werknemers te k- nen onder hoge werkdruk te moeten werken. Burn-outklachten komen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek in sommige bedrijfsklassen meer voor dan in andere. In de periode 2001-2003 was het aandeel werkenden met burn-outklachten het hoogst in het onderwijs, namelijk 14%. De horeca stond tweede met 12%. Voor het onderwijs geldt dat het hogere percentage werkenden met burn-outklachten grotendeels toe te schrijven is aan de hoge werkdruk, de bepe- te ontplooiingsmogelijkheden en de geringe taakautonomie van docenten.
R. van Kralingen